Stadsmuseum Vollenhove

Stadsmuseum Vollenhove

Werkgroep Agrarisch Erfgoed

Startpagina Boerderijen Zoekresultaat

Zoekresultaat:    Kadoelen 25   (in veld: Adres)     

Aantal gevonden objecten : 1   (uit: 20)


Uitgebreid zoeken
Gesorteerd op:  Recordnummer

Klik op object voor vergroting en meer informatie

1. Recordnummer: 0002  
[Erve] Oud-Schuilenburg
Kadoelen 25 -- Sint Jansklooster          
Volgens Dr. Jochem Kroes zou Oud Schuilenburg vroeger “het Beersgoed” geheten hebben. Die boerderij werd in het Zijlboek van 1449 al genoemd.
De huidige boerderij zou naar verluidt 1723 als bouwjaar hebben.

Uit een akte van boedelscheiding uit 1746 blijkt dat Oud Schuilenburg toen in het bezit kwam van Margaretha Adr. Is. Sloet. Het is waarschijnlijk dat de boerderij al langer in het bezit van de familie Sloet was.
Het kadaster bestaat vanaf 1832 en noemt Arriën Alberts Rook (die getrouwd was met Jacobje Keesen Post) als de toenmalige eigenaar van de boerderij. Maar er wordt bij vermeld dat zoon Cornelis Arriëns Rook toen al de bedrijfsvoerder was.
In 1845 werd Cornelis eigenaar van de boerderij (samen met z’n zuster Jentjen en haar man Harm Kisjes). Hij trouwde met Femmigje Everts van Benthem en kreeg met haar 11 kinderen. Na haar overlijden hertrouwde hij met Vrouwtje Wolters Bruintjes, de verloofde van zijn zoon Albert. Dit veroorzaakte een enorm conflict met Albert en de andere kinderen van Femmigje. Uit het tweede huwelijk kwamen er nog 9 kinderen.
Cornelis is bekend gebleven omdat hij één van de leiders van de Afscheiding in Het Land van Vollenhove was en in 1858 een kerk voor de Afgescheidenen liet bouwen op zijn land op de hoek van de Kadoelen en Bergkampen.
Na het overlijden van Cornelis in 1894 kwam een deel van het land gelijk al op naam van zoon Evert (toen hij geboren werd, was z’n vader al 66 jaar oud!) en de rest zou later volgen, maar het huis werd pas in 1911 zijn eigendom nadat hij in 1907 getrouwd was met Elizabeth Franken. Samen kregen ze twaalf kinderen waarvan er tien in leven bleven (zie foto 3).
Na het overlijden van Evert in 1960 bleef Elizabeth het vruchtgebruik van de boerderij houden en stond ze als “landbouwster” geregistreerd. Dochter Betsie met haar man Cor Been kwamen bij haar op de boerderij wonen (zie foto 4) en gingen daar ook boeren, evenals zoon Cornelis (Kees) Rook (zie foto 5). Ze hadden ieder hun eigen melkbussen en zo stonden er toen drie soorten melk aan de weg. In 1970 werd de vervallen schuur nog herbouwd als stalling/garage en machine berging.
Elisabeth overleed in 1977, waarna de boerderij in 1978 bij inschrijving werd verkocht aan Gerrit Talen uit Staphorst samen met een drietal andere koopmannen (zie de advertentie in foto 6). Cor en Betsie Been verhuisden toen naar het huis met varkensschuur dat zij kort voor het overlijden van Elisabeth hadden gebouwd op de naastgelegen kavel waar voorheen boerderij Cremerink stond (die werd tijdens de ruilverkaveling afgebroken). Gerrit Talen en consorten verkochten in 1980 het huis door aan Marianna Bos (moderedactrice) en Jacob Vissering (journalist). Deze zijn met het verbouwen begonnen en hebben ook het erf in grote lijnen heringericht.
De boerderij is daarna verkocht aan Theo (graficus) en Elly Duin. Zij hebben de meeste verbouwingen verricht o.a. het schilderwerk in oude kleuren hersteld, de bouw van een keuken en van slaapkamers boven. Ze hebben ook de laan met vnl. eiken beplant en de boomgaard met oude rassen aangelegd.
In 1996 kochten Johan (journalist/redacteur) en Marja ten Hove-Rodenburg (letterkundige) het pand. Ze hebben het rieten dak laten vernieuwen en op de deel een boekenkamer laten bouwen.
Oud Schuilenburg is een rijksmonument (ID: 10576) dat als volgt omschreven wordt: “Boerderij met bakstenen puntgevel met vlechtingen en schoorsteen in de top. Bedrijfsgedeelte met rechte noklijn en sterk omhoog gebracht dak boven de zijbaander”.

De heer Evert Rook (kleinzoon van Evert Rook en Elisabeth Franken, zoon van Kees Rook) schetste de situatie rond 1960 als weergegeven op de plattegrond op foto 7. Het lijkt erop dat het oorspronkelijk een driebeukig hallehuis was met middendeel en baanderdeuren in de achtergevel. Op een gegeven moment had men meer ruimte nodig voor opslag van het hooi , stalruimte en de ros-/karnmolen. Toen werd de boerderij verlengd en kwamen er baanderdeuren in de zijgevel (zie foto 8 en 9). De nieuwe dwarsdeel lag toen tussen het oude en nieuwe stuk van de schuur. Helemaal achteraan lagen zowel links als rechts lagere zijdeuren (zie foto 9 en 10). Later zouden er stalruimtes voor deze deuren worden gemaakt (zie plattegrond foto 7). Langs de noord-oost gevel en tegen de achterwand waren stallen voor het melkvee. Inn de achtergevel zitten nog mestdeurtjes, die wellicht vroeger ook in de noord-oost gevel zaten, maar daar later vervangen werden door raampjes). Rechts naast de grote baander deuren waren hokken voor de kalveren en de varkens. Links naast die deuren stallen voor de paarden en het jongvee. De hooivakken waren midden in de schuur voor en achter de dwarsdeel. Achter de boerderij stond een hooiberg en een wagenschuur (zie foto 11).

Het voorhuis (zie plattegrond foto 7) kende in de noord-oostzijbeuk een kelder met tongewelf en daarboven een opkamer en een bedstee, daarnaast een gang, waarin ook gekookt werd, met de voordeur en de toegang naar de kelder. In het midden de grote kamer met schouw en drie bedsteden tegen de achterwand. In de andere zijbeuk was een tweede kamer met bedstee en kast. Aan die zijde ook een aangebouwd bakhuisje met kookpot bereikbaar van af de deel. De spoelruimte met pomp was op de deel naast de kelder. Hier was ook een deur naar buiten (en de gebruikelijke toegangsdeur).
 

Laatste wijziging binnen getoonde objecten: 6 september 2022